“Heeft u uw vrouw op haar hoofd en schouder geslagen?” vraagt de rechter aan de 42-jarige Jaap. Hij werpt een strenge blik op de verdachte.
Jaap zit rechtop in zijn stoel. Hij vouwt nerveus een A4’tje open en dicht, dat hij heeft meegenomen van huis.
“Nee. Ik heb haar niet geslagen”, is zijn antwoord. “Ik heb haar geduwd. Dat is nogal een verschil.”
De rechter hengst zijn rechterhand tegen zijn linkerarm. “Dít is al slaan hè”, slaakt hij op dreigende toon. “Heeft u dat misschien gedaan? Pats, zo tegen het hoofd?”
Jaap verstijft. Hij schrikt van de houding van de rechter en geeft niet meteen antwoord. Hij richt zijn blik naar beneden, naar het beklaagdenbankje, en geeft daarna zachtjes toe wat er gebeurd is. “Ik heb haar inderdaad op haar schouder geslagen. Maar niet op haar hoofd.”
Jaap ziet er niet sterk uit. Geen brede kerel, geen spierballen, maar een minuscuul bovenlichaam, een grijs vestje en een lichtblauwe spijkerbroek waarvan de pijpen twee slagen zijn opgerold.
Volgens de aanklacht ging bij Jaap het licht uit toen hij op een dag in juni ’s avonds bezopen thuis kwam. Hij woonde tijdelijk met zijn vrouw en kinderen bij zijn moeder. Toen hij de woonkamer binnenstapte, smeet hij meteen een dozijn scheldwoorden naar zijn echtgenote. Daarna sloeg hij haar.
Hij griste een zakmes uit zijn broekzak en klapte het onder de ogen van zijn vrouw open.
Tot een steekpartij of een bedreiging kwam het niet.
“U heeft gezegd dat u het huis in brand ging steken”, weet de rechter.
“Klopt. Ik ga hier niet zitten liegen. Ik heb dat inderdaad gezegd, maar dat was tegen mijn moeder. Niet tegen mijn vrouw.”
“O ja?”, vraagt de rechter verbaasd.
“Ja. Ik was na de ruzie al naar buiten gerend, toen mijn moeder me achterna kwam. Ze schreeuwde dat ik in de gevangenis hoorde. Toen heb ik geroepen dat ik het huis in brand zou steken.”
Dat heeft hij uiteindelijk niet gedaan. Sterker nog, het gezin is weer hartstikke gelukkig. Jaap is nog steeds bij zijn vrouw. Hij en zijn moeder hebben vrede gesloten en zijn kinderen hebben geen last meer van schreeuwende ouders.
De rechter houdt rekening met de gezinssituatie. “Het is niet wenselijk als ik u nu naar de gevangenis stuur.”
Hij veroordeelt Jaap niet tot een gebruikelijke celstraf, maar tot een taakstraf van 60 uur, waarvan 20 uur voorwaardelijk.
“Dit was het voor vandaag. U kunt weer gaan.”
Jaap knikt en staat op. “Bedankt. En tot ziens.”
Jaap heet geen Jaap
Geplaatst door Marco 


